Patrijzen tellen in Wijchen

Patrijzentelling

Voor het tweede jaar op rij heb ik deelgenomen aan de patrijzentelling in de gemeente Wijchen. Deze telling is onderdeel van een landelijk project waaraan onder meer Stichting Landschapsbeheer Gelderland en SOVON aan meewerken. Het project loopt nu sinds 2018 en op deze manier wil men vaststellen hoe groot de populatie van de patrijzen nog is en welke beheersmaatregelen kunnen worden genomen om die populatie te beschermen. Het gesubsidieerd inzaaien van akkerranden is daar een voorbeeld van.

Patrijs man Niftrik

De gemeente is opgedeeld in kleine deelgebieden die toegewezen worden aan een vrijwilliger die daar de telling voor dat seizoen voor zijn of haar rekening neemt. Voor aanvang hebben de vrijwilligers een training kunnen volgen.
De telling is opgedeeld in 3 telronden tussen half februari en eind april. Per telronde dient er minimaal een dag- en een avondbezoek te worden gedaan. Bij het avondbezoek mag dan ook geluid worden gebruikt om een reactie van de patrijzen uit te lokken. Mijn telgebieden zijn Niftrik en Knooppunt Bankhoef die ik samen doe met M. In 2019 hebben we beiden gebieden samen geteld en dat bleek erg intensief. Daarom hebben we er dit jaar voor gekozen om ieder een gebied voor onze rekening te nemen en daar waar we kunnen samen te tellen. Ik heb het Knooppunt Bankhoef voor mijn rekening genomen.

Knooppunt Bankhoef

Het telgebied Knooppunt Bankhoef is gelegen aan de oostkant van de A50 en dan aan de weerszijden van de A326 die daar op aansluit. Het Knooppunt Bankhoef is een lastig gebied om te tellen. Daar zijn meerdere redenen voor. De eerste is dat het erg veel landbouwgrond betreft. Op de kale akkers in het vroege voorjaar is het lastig speuren naar de goed gecamoufleerde patrijzen. Al helemaal als je die stukken grond moet afspeuren met een telescoop omdat de afstanden groot zijn.
Als je dan ook weet dat er vrijwel geen patrijzen zijn in dit gebied en die dan ook nog meestal in het gras of wintertarwe zitten, dan hebben we de tweede reden te pakken. Ook dit jaar bleek het weer een lastige klus.

Patrijs vrouw Niftrik

Het vorige seizoen leverde twee territoria op, maar daarvan was er maar een met meerdere duidelijke waarnemingen. Een bekende plek waar al meerdere jaren waarnemingen vandaan komen, al zijn het er weinig. In het afgelopen najaar was alle opslag gekapt in een belangrijke droge greppel en ik was dan ook benieuwd of we daar dit jaar ook weer een territorium konden vinden.

De eerste telronde

Bankhoef

Eind februari spraken M. en ik samen af voor de eerste telronde bij Bankhoef . Ik had zelf al een rondje gedaan op een eerdere datum, maar zonder succes. Vol verwachting begonnen we aan het nieuwe seizoen. In Niftrik, het andere telgebied, hadden we de verwachting dat er meer territoria te vinden moesten zijn dan de drie waar we op uit waren gekomen in 2019.
Het was een mooie ochtend en meteen raak!. Dat was niet volgens de verwachtingen, maar wat waren we blij. In een uithoek van het knooppunt vonden we bij een boerderij een kleine klucht van vijf patrijzen op een grasveldje. Een waarneming van maar liefst vijf vogels was nieuw voor het knooppunt en dan ook nog op een nieuwe locatie. Ik besefte wel dat we hier geluk hadden want dit was een van die onoverzichtelijke stukken van het telgebied. De uitdaging was nu om een tweede waarneming te doen zodat er een territorium kon worden vastgesteld.
Gezien het aantal dieren. twee mannetjes en drie vrouwtjes, zouden dit wel eens twee territoria kunnen gaan worden. De kluchten die zich in de winter vormen vallen in het voorjaar uit elkaar waarna er paartjes gevormd gaan worden die zich verspreiden in het gebied.
Op de andere locatie, waar al jaren een territorium is, vonden we nog niets.

Een kleine twee weken later fietste ik nog eens rondje door mijn telgebied en vond een paartje op de bekende locatie. Aan de rand van een braakliggend akkertje scharrelden ineens twee patrijzen uit een bosrandje. Ik had puur geluk dat ik ze zag. Het was ook meteen de laatste keer dat ik er een waarneming kon doen. Het was een veelbelovend stukje braakliggende akker, maar helaas. Geen patrijzen meer in de volgende ronden.

De avondtelling van deze telling liep uit op een teleurstelling. Geen enkel contact. Jammer, want in deze periode reageren de mannetjes best goed. De omstandigheden spelen wel een belangrijke rol en misschien dat dit roet in het eten heeft gegooid. Het kan ook zo zijn dat de patrijzen zich net buiten het bereik van mijn geluidsspeler bevonden. Met zo’n lastig plot kan dat zo maar.

Niftrik

Tijdens de eerste telling samen met M. eind februari hadden we naast het succes bij Bankhoef ook meteen resultaat in Niftrik. Twee paartjes nabij een bekende locatie bij een boerderij. Niet echt een verrassing want hier vinden we meestal wel wat. We waren vooral heel erg benieuwd of we nieuwe territoria konden vinden. Het vorige jaar gaf ons het gevoel dat er meer in zit.

Klucht in november 2020 bij de boerderij

De tweede ronde

Bankhoef

De eerste ronde was bemoedigend en nu was het zaak te proberen de resultaten te herhalen om territoria vast te stellen. Bij de boerderij waar we in de vorige periode vijf stuks konden noteren, vond ik nu een paartje. Helaas wat ver weg en lastig te zien. Op de andere bekende locaties niets en ook de avondronde bleef deze keer vruchteloos.

Niftrik

Doordat M. en ik ons gesplitst hadden dit jaar, heb ik het plot Niftrik niet heel intensief zelfstandig doorzocht. Een deel van Bankhoef is echter alleen maar te bereiken via het plot Niftrik dus ik kom er wel door heen, al is het maar deels. Het is wel het gedeelte met de meeste waarnemingen.

Tijdens een fietstochtje terug naar huis kwam ik door het plot Niftrik en vond daar een roepend mannetje, vlak langs de dijk. Hij was heel goed verstopt in een bosje struiken en ik kon hem niet zien terwijl ik er toch vrijwel bovenop stond! Hij hield natuurlijk meteen zijn snavel toen hij mij in de gaten kreeg. Wel weer een nieuwe locatie!

Later die maand heb ik tijdens een avondronde ook weer een paartje bij de bekende boerderij gezien. Geen resultaten op geluid.

De derde ronde

Bankhoef

De laatste ronde is de lastigste vind ik. De kluchten van de winter zijn de definitief uit elkaar en de paartjes hebben zich gevormd. Bovendien groeien de gewassen op de akkers en weidegronden hard en dus zijn de patrijzen veel moeilijker op te sporen. Je hebt dan ook meestal veel minder resultaat dan in de eerste ronde.

Dat was voor Bankhoef ook zo. In deze ronde geen enkel contact en waarneming. Erg jammer.

Kluchtvorming in november 2020 bij Niftrik

Niftrik

De laatste rond leverde nog twee paartjes op langs het fietspad naast het spoor. Ook dit zijn bekende locaties. Het paartje bij de boerderij was er ook nog en deze keer zelfs roepend.

Conclusie

2020 is een beetje een jaar met een gemengd gevoel geworden. Voor mijn eigen plot Bankhoef werd alleen maar bevestigd dat dit een lastig plot is. Er zijn vogels, maar wel heel weinig en moeilijk te lokaliseren. Dit jaar leverde een territorium op. Het was op de plek waar we bij de eerste ronde vijf exemplaren vonden. De andere waarneming kon niet worden herhaald en leverde dus geen territorium op terwijl dit toch een locatie is met meerdere waarnemingen uit het verleden. Zouden ze hier nu weg zijn? Uiteindelijk een territorium minder dan in 2019. In de nabije toekomst gaat er in dit plot een zonnepark worden gerealiseerd en staan er ook nog eens een aantal gigantische windmolens gepland. Ik ben zeer benieuwd wat hier de effecten van gaan zijn. Het kan echt twee kanten op naar mijn gevoel.

In Niftrik is het beeld een stuk beter: zeven territoria ten opzichte van drie vorig jaar. Ons vermoeden is daarmee bevestigd. Mijn bijdrage was zeer beperkt en M. heeft hier goed werk geleverd. Heel fijn om te zien dat er een toename is en gelukkig is dit beeld ook te zien in totaliteit over alle getelde plots. We krijgen in ieder geval signalen terug dat ons werk ons vruchten begint af te werpen.

Koninginnenpage (3)

In twee eerdere artikelen vertelde ik over de rups van de koninginnenpage die ik in mijn tuintje had aangetroffen. Het bleken er zelfs twee te zijn en die rupsen heb ik in een pot in huis gezet om het transformatieproces te kunnen volgen.

In het laatste stukje was een van de rupsjes overleden. Wat er mis ging weet ik niet, maar tijdens het verpoppen ging het niet goed. De andere deed het prima. Hoe is het met deze rups afgelopen?

De hele winter bleef de pop mooi in de pot zitten en stond rustig bij ons binnen in de kamer. In het vroege voorjaar begon het spannend te worden. Wanneer zou de vlinder verschijnen? Ik hield het op medio april als de eerste generatie weer gaat uitvliegen. Er gebeurde helemaal niets.

Het weer was inmiddels goed genoeg en de pot stond buiten. Vele weken gingen voorbij. Er ontstond twijfel. Leefde de pop nog? Hij zag er prima uit, daar leek het niet aan te liggen. Maar er gebeurde niets.

Traag ging mei voorbij en toen…eindelijk ontstond er verkleuring in de pop. Er ging iets gebeuren en ik hield de pot nauwkeurig in de gaten. En ja hoor, op 30 mei, bijna 9 maanden nadat ik de rups had gevonden, begon de pop zich te openen. De vlinder kwam eindelijk te voorschijn!

Trektelpost Wezelse Plas

Onderstaand artikel is een kopie van hetgeen ik heb ingezonden naar de Vogelwerkgroep Nijmegen ter publicatie in het verenigingsblad de Mourik.

De trektellers onder jullie die regelmatig op trektellen.nl kijken naar de dagelijkse resultaten zal het misschien zijn opgevallen dat er in Wijchen een telpost is verschenen: de Wezelse Plas. Over het hoe en waarom dit stukje.

Volgens mij was het in 2013, kort nadat ik de vogelcursus bij onze Vogelwerkgroep had afgerond, toen er een berichtje voorbij kwam over een nieuwe trek telpost in de Bruuk die was gestart door Jeroen en Eddy. Geïnteresseerden waren van harte welkom. Ik had geen idee wat trektellen precies was, maar het trok mijn aandacht omdat het in de Bruuk plaatsvond. Groesbeek is namelijk zeer bekend terrein voor me en het voelde een beetje als tellen in mijn achtertuin.

Die eerste kennismaking met het trektellen was een schot in de roos. Ik vond het prachtig. Buiten in alle vroegte, meest nog stil en alleen de vogels en de wind. Een geweldig mooie manier van vogels kijken. Hoe de heren al die geluidjes uit elkaar konden houden was me echter een raadsel. Ik hoorde allerlei waarnemingen voorbij komen van prachtige soorten, maar kon er totaal geen wijs uit. Laat staan dat ik door de telescoop een waarneming op naam kon brengen. Lastig hoor, eredivisie vogels kijken was mijn gevoel er bij. Zou ik dat ooit zelf kunnen leren?

Afbeelding 1: Telpost richting NW

Dat seizoen en ook daarna kwam ik regelmatig terug. Heel voorzichtig kon ik inmiddels ook wel eens wat waarnemingen mee doorgeven. Meestal op zicht want op gehoor bleef het verschrikkelijk moeilijk. Het virus had me echter te pakken, dus ik zette door.

Vanaf Wijchen is de Bruuk wel erg ver rijden en op het zweefvliegveld werd ook geteld. Daar kende ik Clemens van de vogelcursus. Dus toen ben ik daar maar daar eens gaan kijken.

En zo verschoof ik een aantal jaren richting het zweefvliegveld. Dankzij met name Clemens en Sjaak begon ik me verder te ontwikkelen en kon ik meer en meer meedoen. Door voldoende uren te maken en met behulpzame collega’s bij de hand bleek het tellen best leren.

Als telpost is het zweefvliegveld voor een beginner ook een stuk prettiger. Het is veel overzichtelijker dan de Bruuk.

Meestal begon ik het seizoen vol goede moed en enthousiasme maar toch was het lastig dit een heel telseizoen vol te houden. Een jong gezin en werk bleken niet altijd makkelijk te combineren met tellen. Toen mijn werksituatie weer eens veranderde werden de bezoeken aan het zweefvliegveld jammer genoeg nog zeldzamer. Toch wilde ik nog steeds blijven tellen. Ik vond het veel te leuk. Maar hoe dan?

Hoe dichter bij huis, hoe makkelijker het zou zijn. Even op de fiets naar de telpost wanneer het kon.

Ja, dat zou mooi zijn.

Ik had inmiddels wel genoeg zelfvertrouwen om zelf te gaan tellen hoewel ik me nog steeds een beginner voelde, maar met de basis kon ik heel aardig uit de voeten. Collega tellers zijn er in Wijchen helaas niet, dus ik zou het zelf moeten gaan doen. Maar waar?

Afbeelding 2: Houtduiven

In mijn achtertuin, ik woon in de Saltshof, is de trek goed te zien. Veel soorten komen in best leuke aantallen voorbij. Er loopt, ook gezien andere waarnemingen uit de buurt, een soort van trekbaan over de noordkant van Wijchen richting zuidwest. Een blik op de kaart bracht me naar de Wezelse Plas. Dat is vlak bij huis aan de andere kant van de A325. Ik kende het wel, maar bij de plas zelf kwam ik eigenlijk nooit. In de zomer van 2019 ben ik voor het eerst eens gaan kijken. Ik vond dat er best een goed zicht naar NO was. Om de plas ligt een bos waar je wel met de rug tegen aan staat, maar dat is de ZO kant. Aan die kant is het zicht beperkt. Een nadeel maar overkomelijk, omdat je daar ook in de zon kijkt ’s ochtends.

Ik had er een goed gevoel bij en zo besloot ik er een proefseizoen te gaan draaien. Enerzijds om de plek te testen en anderzijds mezelf :). Gedurende de periode augustus tot en met november ben ik er maandelijks een aantal malen geweest. De resultaten heb ik bijgehouden en op mijn website geplaatst. Mijn eindconclusie was dat het een fijne telpost is voor mij. Lekker rustig, er komt vrijwel niemand behalve wat vissers, en de trek is best goed te volgen. De aantallen vogels zijn dan wel niet te vergelijken met het zweefvliegveld of bijvoorbeeld de Gebrande Kamp, maar daar gaat het mij niet om.

Dit jaar ben ik zo veel mogelijk naar de telpost geweest. Zo veel mogelijk uren maken en kijken waar ik op uit zo kunnen komen. Dat betekende meestal een hele ochtend in het weekend en door de weeks een keer nadat ik de kinderen naar school had gebracht. Een aantal malen heb ik ook in de middag geteld, bijvoorbeeld in de hoop op buizerden en ooievaars. De resultaten staan vanaf dit jaar ook op trektellen.nl. Ook het seizoen 2019 heb ik ingevoerd.

De Wezelse Plas heeft in ieder geval meer dan voldoende vogels. De plas zelf is namelijk een slaapplaats voor ganzen, aalscholvers en grote zilverreigers. De zilverreigers ontdekte ik ’s ochtends bij het uitvliegen. Het waren er tientallen en toen snapte ik ineens waar al die beesten zitten die je rondom de Schoenaker richting Beuningen ziet. Hierdoor ben ik de slaapplaats gaan tellen voor SOVON en het maximale aantal in 2019 zat op 120 vogels. Dit jaar komen we daar niet eens bij in de buurt helaas. Interessant.

Daarnaast zijn er rondom de plas groepen wulpen, kieviten, kokmeeuwen, kauwen, en spreeuwen te vinden. Om de akkers vind je door het seizoen groepjes veldleeuwerik, witte kwikstaart, vink, graspieper, kramsvogel en koperwiek. Er is altijd wat te doen en mijn vaste compagnon is het ijsvogeltje wat zich vrijwel elke keer laat zien.

Nu is het eind november en zit het telseizoen er op. Het is een leuk seizoen geweest. Een paar hoogtepunten. In ieder geval de visarend. Een juveniel heeft daar zeer vermoedelijk een week of twee rondgehangen. Ik heb meerdere dagen een juveniele visarend bij de plas vandaan zien komen om te gaan jagen boven de wetering en ik kon me toch niet aan de indruk onttrekken dat het hetzelfde dier betrof. Natuurlijk blijven ook de vink- en duiventrek een geweldig schouwspel. Oh, de koekoek schiet me nog te binnen. Ook heel erg leuk eind augustus.

Van het tellen zelf heb ik weer veel geleerd. Omdat je gedwongen wordt alles zelf te doen leer je ook veel, neemt niet weg dat ik een meer ervaren teller er bij best wel eens mis. Toch een kwestie van gewoon doen en accepteren dat het niet helemaal foutloos is.

Als je meer wilt lezen kijk dan ook eens op www.natuurbeleefing.nl. Wil je een keer langskomen? Prima, maar laat me dat dan even weten. Zie de contactgegevens op trektellen.nl. Overigens is de telpost alleen te gebruiken in het najaar. Dus wie weet tot dan!

Trektellen bij de Wezelse Plas: resultaten

Het trektel seizoen voor dit jaar zit er weer op en dat betekent dat ik de balans kan gaan opmaken om de resultaten te zien van mijn project bij de Wezelse Plas. Weet u het nog? Op zoek naar een nieuwe telpost zo dicht mogelijk bij huis en bereikbaar met de fiets, viel mijn oog op de Wezelse Plas bij Wijchen. Na een eerste verkenning in de zomer zag ik wel mogelijkheden om het er eens een seizoen te gaan proberen. En zo geschiedde.

De telpost

Bij een telpost wil je met name goed zicht hebben, het liefst naar alle richtingen. Daardoor kun je de vogels goed zien aankomen, maar ook nog even volgen als ze de telpost zijn gepasseerd. In bepaalde omstandigheden zie je de vogels beter als ze al voorbij zijn. Bij de Wezelse Plas zijn die omstandigheden best wel goed, maar ook niet ideaal. Er zijn twee belangrijke hindernissen. Ten eerste is het zicht rechtsachter (zuidoost) geblokkeerd door de bosrand die de plas omsluit. Aangezien je in het verlengde van die bosrand staat, kun je overvliegende vogels dus niet meer volgen als ze telpost zijn gepasseerd. Dat is lastig.

Het zicht naar links, NW


Het goede nieuws is dat de trek met name links van de telpost passeert en daar is het zicht veel beter. Dat brengt ons op het tweede punt namelijk de rij wilgen langs de wetering. De post bevindt zich tegen de wetering aan die langs de bosrand van de plas loopt. Links van de post staat een rij wilgen. In het begin van het seizoen waren die helemaal opgeschoten en daarmee werd het zicht direct links behoorlijk geblokkeerd. Begin oktober zijn er een aantal geknot en gelukkig ook de twee die het dichtst bij staan. Daarmee werd het zicht weer goed. De wilgen vormen dus een probleem.
Verder is de telpost erg rustig. Behoudens een enkele visser of natuurliefhebber tref je er niemand. Ook is er weinig tot geen geluidsoverlast. Dat maakt de telpost tot een prettige plek.

Vogels ter plaatse

Om een indruk te krijgen wat er allemaal rondom de Wezelse Plas leeft, heb ik vrij nauwkeurig bijgehouden welke soorten ik tijdens elk bezoek ben tegengekomen. Daarbij ging het niet zo zeer om de aantallen vogels als wel om het aantal soorten. Ik heb zevenenvijftig soorten geteld ter plaatse. Het meest opvallende is wel dat de plas dient als slaapplaats voor grote zilverreigers. Tot wel negenentachtig vogels heb ik geteld die in de ochtend uit de slaapplaats vertrokken. Er slapen ook aalscholvers en ganzen. Als opvolging van dit project ga ik deze winter een slaapplaats telling uitvoeren voor de grote zilverreigers.

De trek

En dan waar het allemaal om draait: de vogeltrek. Ik heb de post vanaf augustus tot en met november bezocht. Gedurende het hele trekseizoen dus. Het aantal bezoeken is beperkt en daarmee zijn de aantallen en soorten een indicatie voor de trekbeweging. Daar moet ook nog bij worden meegerekend dat ik geen volleerd teller ben. Een goede teller haalt ongetwijfeld betere resultaten.
Wat is er opgevallen? Ten eerste is het verloop van het seizoen, dus wanneer vliegt wat en in welke aantallen, goed terug te zien is in de resultaten. De piek zit duidelijk in oktober wat ook de maand is waarop de trek haar hoogtepunt bereikt. Na begin november stort het in en wordt het sprokkelen.

Grauwe ganzen

Ten tweede zijn heb ik van diverse soorten de trek mooi kunnen zien. Dat begon met de boerenzwaluwen die in grote aantallen aanwezig zijn. Ze blijven alleen rondhangen om te foerageren en de trek is daardoor moeilijk waarneembaar.
Ooievaars laten zich ook mooi zien op deze post. Een groep van vijftig is waargenomen, maar ik weet dat er in die tijd meerdere grote groepen daar zijn gepasseerd. Die heb ik vanuit de achtertuin kunnen volgen.
De beste dag was op 13 oktober toen de vinken trek haar hoogtepunt beleefde. Meer dan zevenduizend vogels! Ook de veldleeuwerik en spreeuw deden het behoorlijk goed.
De ganzen zijn ook goed vertegenwoordigd. Zowel kolganzen als grauwe ganzen trekken regelmatig voorbij. Veel ganzen verblijven echter ook vlakbij de post en dat veroorzaakt lokale vliegbewegingen die ik niet heb geteld.
De trek van lijsters zoals koperwiek en kramsvogel was niet indrukwekkend helaas. Er was één mooie dag met trek van zanglijsters in mooie groepen.
Helaas is ook de trek van houtduif erg achtergebleven, maar dat is een beeld dat ik op alle posten in de regio zie.

Bij de roofvogels bleef de trek voorzichtig. Wespendief, bruine kiekendief en blauwe kiekendief kwamen allemaal twee keer door. Torenvalk en sperwer deden het iets beter met vijf en drie keer. Daarmee was de buizerd de trekker in het grootste aantal. Op 7 oktober kwamen er eenenveertig door, waarvan meer dan dertig in een groep. De grote afwezigen hier zijn de visarend, smelleken en rode wouw. Soorten die ik hier op de post toch echt wel verwacht incidenteel waar te nemen.

Man blauwe kiekendief

Conclusie

Voor mij is het allerbelangrijkste dat een telpost een fijne plek is om te zijn en van vogels te genieten. Het helpt wel als die er ook zijn. Dat vind ik op deze post prima in orde. Wat dat betreft kom ik er volgend jaar graag terug.
Is het ook een goede telpost? Dat is een beetje ja en nee. Dat het geen top telpost is, was al duidelijk toen ik er startte. In onze regio blijft het toch achter in vergelijking met posten waar duidelijk meer stuwing is. Denk aan de Hamert in Limburg. Is dat erg? Nee, wat mij betreft niet. Volgens mij is de trek goed te volgen en is er voldoende te beleven, zowel in soorten als aantallen. Pas na meerdere jaren tellen ontstaat er een duidelijker beeld. Voor nu vind ik de Wezelse Plas een prima plek!

De resultaten

Het seizoen samengevat in cijfers.


Eurobirdwatch 2019

Een snel rondje langs mijn natuurvrienden wijst uit dat Eurobirdwatch dit jaar geen grote opkomst gaat opleveren. Helaas.
Ik hoor u denken: Eurobirdwatch, wat is dat dan weer? Eurobirdwatch wordt jaarlijks georganiseerd om op één dag op zo veel mogelijk plaatsen de vogeltrek in beeld te brengen.
Gelukkig laat M , mijn trouwe partner bij de patrijzen inventarisatie, weten wel te willen te komen. Met zijn tweeën zie je tenslotte altijd meer en alleen is ook maar alleen. Toch?
Ik kies niet voor onze officiële telpost bij de Loonse Waard, maar voor mijn hobbyproject bij de Wezelse Plas. Lekker rustig en nu de trek naar haar hoogtepunt gaat, ben ik benieuwd wat we daar te zien gaan krijgen.

De eerste kollen

Bij het eerste ochtendlicht loop ik het pad op naar de telpost. Op de plas, die niet zichtbaar is door de begroeiing, klinkt een kakofonie van ganzen. De plas wordt namelijk gebruikt als slaapplaats voor grauwe ganzen en in dit jaargetijde verzamelen ze zich weer in grote groepen. Ik besef me dat de hele club al snel het luchtruim zal kiezen met als gevolg een oorverdovend lawaai.

Vanaf het moment dat de eerste ganzen uit het bos omhoog komen, vult de lucht zich met formaties die alle kanten op gaan. Laag wegvliegende groepen tel ik niet mee als trek, die gaan vermoedelijk ergens in de buurt wel weer landen. De hoger vliegende groepen juist wel.
Al snel klinkt ook voor het eerst dit najaar de roep van een kolgans. Deze soort komt helemaal van het hoge noorden in onze regio overwinteren. Ik houd van kolganzen, als zij er zijn is het weer herfst en dat is toch een van mijn favoriete seizoenen naast de lente.

kolganzen

M. arriveert kort na mij en we hebben het snel druk. Bij het eerste licht begint het meteen te vliegen. We horen de piepjes van de graspieper en de luide tsjirp van de veldleeuwerik. Maar we zien ze vrijwel niet. Soms een of twee als we geluk hebben. Het niet geweldige zicht op de post helpt daar ook niet bij. Links en rechts staan bomen die het uitzicht enig zins belemmeren. Uit het bos achter ons komen kleine groepjes zanglijsters tevoorschijn en trekken weg richting zuid. We zien zelfs een groep van vijfenzeventig vogels overvliegen. Een prachtig gezicht.
De aanwezige bewolking word met de noordenwind snel weggeblazen en we kijken tegen een vrijwel wolkeloze blauwe hemel aan. Voor trektellers een lastige situatie want je ziet die kleine vliegers dan vrijwel niet meer. En al helemaal niet als ze de noordenwind in de rug hebben, want dan gaan ze omhoog en lossen als het ware op in het blauw.

Grote zilverreigers

Bij aankomst heeft M. al een zestal grote zilverreigers naar zuid zien vliegen. Ik zelf mogelijk ook twee maar ik sta te stuntelen met de telescoop jammer genoeg. Tot onze verrassing komen er gedurende de ochtend steeds weer groepjes zilverreigers uit het bos omhoog om te verdwijnen naar de graslanden in de regio. Met name tussen Wijchen en Beuningen zijn er altijd veel te vinden. Uiteindelijk tellen we er drieëntwintig. De plas is dus ook voor de grote zilverreigers een slaapplaats. Zo leer ik weer bij elk bezoek iets nieuws.
Langs de leigraaf ontdekken we een vreemde vogel. Ik maak het beest eerst uit voor een Indische gans, maar M. weet zeker dat het dat niet is. “Die heeft streepjes op de kop of zoiets”. Duidelijk, de exoten zijn niet echt mijn afdeling. Vermoedelijk komt het dier van boerderij de Kavel af waar veel exotische ganzen en eenden worden gehouden. Later thuis blijkt het om eens muskuseend te gaan.

Koud

Grote aantallen worden het niet deze ochtend. Wel vliegt het met kleine groepjes lekker door en we hebben genoeg te zien en te beleven. De eerste sijsjes, keep en koperwiek van het najaar laten zich ook horen deze ochtend. Persoonlijk vind ik de luid roepende boomleeuwerik erg leuk. Een soort die ik hier denk ik niet heel veel ga tegenkomen.

Graspiepers

Het is wel koud. Door de noordenwind recht op ons gezicht, raak ik koud tot op het bot. Na tienen vind ik het wel mooi geweest. De trek is al een tijdje op haar hoogtepunt geweest voor deze dag en de krenten blijven uit. Tijd om te gaan dus en het een volgende keer weer eens te proberen. Elk bezoek is weer anders, maar door er regelmatig te komen leer je wel wat er leeft en hoe het zich beweegt. Dat vind ik erg boeiend. M. heeft ook zichtbaar genoten van de ochtend en is enthousiast als altijd. Sluit je dus gerust vaker aan!
De uiteindelijke resultaten kun je hier onder terugvinden.

Trektellen bij de Wezelse Plas

Trektellen

Als je deze site wat beter hebt bekeken, zal je duidelijk zijn geworden dat vogeltrek mij erg interesseert. Voor mij is het de mooiste manier van vogels kijken. Dat begon voor mij als beginnend vogelaar op de Bruuk in Groesbeek waar toen net een nieuwe telpost was begonnen. Uit nieuwsgierigheid ben ik er naar toe gegaan en het heeft me meteen gegrepen. Vol verbazing zag en hoorde ik wat vogels tellen werkelijk inhield en ik vroeg me af of ik dat ooit wel zou kunnen leren. Nu, een aantal jaren verder, heb ik de beginselen wel onder de knie, maar een volleerd teller ben ik nog lang niet. Ik heb er wel de nodige moeite voor gedaan de afgelopen jaren, met name op de telpost van het zweefvliegveld Malden.

Trektellen leer je alleen door uren te maken, veel uren, en dat is nu juist steeds moeilijker geworden als vader van een jong gezin. Vandaar dat ik al meerdere pogingen heb gedaan een telpost dichter bij huis te vinden. Het resultaat daarvan is de officiële telpost (zie www.trektellen.nl) bij de Loonse Waard in Wijchen waar we nu af en toe gebruik van maken met een aantal enthousiaste natuurliefhebbers. Maar het moet nog dichter bij huis kunnen dacht ik. Een plek om de hoek, waar ik met de fiets naar toe kan. Speurend op de kaart viel mijn oog op de Wezelse Plas. Vrij zicht naar noord: check. Bereikbaar met de fiets: check. Vogels aanwezig: check.
Vreemd genoeg ben ik daar tot nu toe maar amper geweest en na een goedkeurende korte verkenning besloot ik dat ik het dit najaar daar maar eens ga proberen. Het plan is om er tijdens een heel seizoen najaarstrek regelmatig naar toe te gaan en de tellingen bij te houden en op www.waarneming.nl te zetten. Dan zou wel duidelijk worden of het een geschikte plek is of niet. Bij geschiktheid kan ik er dan altijd nog een officiële telpost van maken.

Het ijsvogeltje komt regelmatig langs bij de telpost

Eerste bezoeken

Gedurende augustus en september heb ik de eerste zes bezoeken gebracht aan de telpost. Voor conclusies is het nog veel te vroeg, maar ik ben voorzichtig positief. Het trekseizoen komt nu pas goed op gang en de komende twee maanden gaan met name uitwijzen wat het wordt. Toch heb ik al verschillende leuke dingen gezien zoals een groep van vijftig ooievaars, twee bruine kiekendieven en twee wespendieven. Ter plaatse waren er vooral heel veel boerenzwaluwen te zien waarbij het heel lastig te zien was of ze nu doortrokken of niet. Mijn indruk is dat ze er met name bleven hangen om te foerageren. Van deze bezoeken heb ik de resultaten samengevat in een overzicht. Aan het einde van het trekseizoen maak ik de balans op en zal ik de conclusie hier presenteren samen met de volledige resultaten.

Wespendief op 19 augustus 2019

Resultaten

Koninginnenpage (2)

Zo had ik in één keer twee rupsen van de koninginnenpage in huis. De grote rups bleek zeer vraatzuchtig en vorderde dagelijks een vers plantje van de peen. Had ik even geluk dat die gewoon in mijn voortuin groeit! Maar zelfs dat leek even niet genoeg omdat ik zag dat de grote rups de kleine rups leek aan te vallen. Kannibalisme? Ja, je weet niet, als de honger groot genoeg is doe je vreemde dingen. Dat geldt ook vast voor rupsen. Een informatief rondje langs de experts gaf uitsluiting: nee hoor, ze vreten elkaar niet op. Wat ze wel doen is vervellen. Ze trekken hun jasje uit als ze hard groeien en dat kun je dan ook zien liggen. Dat was nieuw voor mij.

Na een dag of zes nam de grote rups plaats op een van de stokjes in het verblijf en de volgende ochtend kon je zien dat ze zich op een aantal plaatsen had vastgemaakt. Het verpoppen was begonnen! Weer een ochtend verder zat er ineens een pop aan het stokje terwijl de vorige avond nog er een rups had gezeten. Wonderbaarlijk hoe snel zoiets gaat zeg. En nu maar wachten. Een week of twee schat ik. Of zou de pop blijven zitten tot na de winter? De vliegtijd van de koninginnenpage loopt tot en met half augustus heb ik begrepen. Dat wordt dus nog even spannend.

Het kleine rupsje heeft zich hier ook al verpopt maar dat is een dramatisch verhaal voor de volgende keer.

De kleine rups ondertussen, vreet zich overal een weg doorheen en groeit ook als kool. Ze is inmiddels ook zo groot dat ze over enkele dagen gaat verpoppen. Ondertussen blijf ik in blijde verwachting.

De ooievaars zijn er weer!

Zo vanaf half augustus kan ik het niet laten om, als ik in de tuin sta, naar de lucht te turen op zoek naar de eerste ooievaars. Het is een beetje een hobby geworden de afgelopen jaren. Ik probeer zo veel mogelijk ooievaars te spotten die boven mijn tuin verschijnen en het doel is natuurlijk om het record te verbreken. Dat staat nu op ongeveer honderd vogels in een seizoen dat loopt van augustus tot en met november. Het seizoen van de najaarstrek.

De ooievaars laten zich namelijk regelmatig zien bij me thuis in het trekseizoen. De piek ligt tussen half augustus en begin september. Maar een paar weekjes dus. Ik vind het altijd een spectaculair gezicht: zo’n bel draaiende ooievaars, langzaam hoogte winnend op de thermiek. Vanaf het moment dat het wat begint op te warmen rond een uur of tien tot na vijven kun je ze waarnemen. Goed opletten dus en kijk eens wat vaker naar boven!

Afgelopen vrijdag kwam de melding dat er langs de Schoenaker, een plek waar vaker ooievaars overnachten, een grote groep aanwezig was. Ongeveer zeventig dieren, wat erg veel is voor Wijchense begrippen. Het is vlakbij waar ik woon en ik hoopte dan ook dat ik ze zou kunnen zien. En jawel hoor, rond kwart over tien kon ik heel in de verte de eerste vogels zien opschroeven. Langzaam kwam de hele bel omhoog en gleed richting mijn huis, tot over de achtertuin, om vervolgens in zuid oostelijke richting te verdwijnen. Wat een prachtig gezicht zeg. En voor mijn telling een pracht start. Zo’n grote groep heb ik hier nog niet gezien. Ik heb nog lang zitten nagenieten.

Koninginnenpage (1)

Tot vorig jaar had ik nog nooit een Koninginnenpage gezien. Ik weet nog dat ik in mijn jeugd een boekje had, volgens mij van de Rabobank, waarin allerlei zeldzame dieren in Nederland werden besproken. De Koninginnenpage werd daarin als de Heilige Graal van de vlinders beschouwd en dat was hij voor mij als kleine jongen dus ook.

Nu heb ik mij nooit zo in vlinders verdiept, ik ben meer van de vogels, maar ik wist wel dat er bij mij in de regio een plek is waar toch vrij regelmatig waarnemingen worden gedaan. Ik ben er alleen nog nooit naar toe gereden om eens zoeken. Dat wilde ik wel eens gaan doen, het kwam er alleen nog niet van.

Totdat vorig jaar ineens de pages vrijwel overal werden gezien! Zelfs in mijn eigen achtertuin op de vlinderstruik! Ik vind het nog steeds maar bizar, terugdenkend aan dat boekje uit mijn jeugd. En ook dit jaar laten de vlinders zich weer zien, al zijn het er naar mijn gevoel wel minder.

Maar het wordt nog mooier, want een aantal dagen terug vond mijn oudste dochter een rups op de worteltjes in ons groentetuintje. Ik zag het meteen: een rups van de koninginnenpage. Ongelooflijk! De rups staat nu binnen in een mooie pot om de transformatie te kunnen volgen, samen met haar zusje of broertje, want er bleek nog een heel klein rupsje op de plant te zitten. Het experiment met mijn rommelige voortuintje en wilde planten blijkt nu al een succes en levert ook de wilde peen waar ze van eten. Tof hè.

Steltkluut bij het Wijchens Ven

Op vrijdag 11 mei 2018 was er een zeldzame steltkluut te bewonderen bij het Wijchens Ven. Voor mij de eerste keer dat ik deze gracieuze schoonheid goed kon zien.