Stork Alley

ooievaar-wandelcoaching-stress-coach-natuur-nijmegen-burnout
Foto: ooievaars op weg naar het zuiden

Ooievaars

Het intrigeert me al een tijdje en vorig jaar begon het me op te vallen.. Ooievaars.. Boven mijn huis.. Met regelmaat..

Waarom? Ooievaars trekken in de nazomer naar het zuiden, dat weten de meesten van ons nog wel. Maar waarom zo vaak boven mijn huis?

Ik houd van vogels, het is een hobby of eigenlijk meer een passie van me. Soms word ik er zelf gek van, maar ik kan het niet helpen. Op zijn minst één oog is altijd omhoog gericht en zeker nu de trek weer volop aan de gang is. Je zal toch maar die ene visarend missen!?

De trek naar het zuiden

Vogeltrek is super spannend en lokt me dan ook regelmatig naar een van de telposten. Je weet nooit wat er vliegt en de omstandigheden zijn altijd weer anders en onvoorspelbaar. Ooievaars zien we dan natuurlijk ook, best regelmatig zelfs, maar het zijn geen dagelijkse verschijningen. Met wat geluk is het een grotere groep en lopen de aantallen aardig op, maar ze blijven altijd tot de krenten in de pap horen. Vind ik dan.

Hier bij mij in de tuin is dat ook zo, maar voor een woonwijk vind ik ze opvallend vaak te zien. En als ze komen, volgen ze bijna altijd vrijwel dezelfde route vanuit noordoost, bijna recht over de tuin naar zuidwest. Vreemd.. Ik snap daar niets van.. Het maakt me razend nieuwsgierig en ik wil het weten.. Wat weten die beesten wat ik niet weet?

Ter vergelijking de waarnemingen vanuit mijn tuin in vergelijking met twee telposten hier in de regio:

Ooievaars telling

 

Een vergelijking met de Bruuk is een beetje oneerlijk want daar wordt bijna alleen in de weekenden geteld. Dankzij een groep van 62 stuks staat de Bruuk qua aantallen wel bovenaan. Het zvv (zweefvliegveld) Malden daarentegen is vrijwel dagelijks bemand, net als mijn achtertuin. Je ziet dat het zvv en mijn achtertuin elkaar niet veel ontlopen. Toch leuk!

Maar waarom vliegen ze dan hier over de wijk en dan in een zo nauwkeurige route? Het geboortecijfer in deze wijk is vrij hoog. Hier in de straat al helemaal en zelfs bij ons is een pakketje gedropt dit voorjaar. Zou dat er iets mee te maken hebben!?

Vreemd.. Ik wil het weten..

Noot: op 11 november vloog nog een eenzame ooievaar over richting zuidwest. Een hele late dus en dat brengt het totaal op 92!

 

Een bezoek aan het vogelringstation Ooijse Graaf

vogelringstation-ooijse-graaf-blauwborst
Foto: jonge Blauwborst

Verscholen in de Ooijse Graaf

Al enkele jaren lees ik met veel plezier het jaarlijkse verslag van de resultaten van het vogelringstation Ooijse Graaf in het blad van onze Vogelwerkgroep de Mourik. Enigszins verscholen in de Ooijse Graaf worden in een moeilijk en niet vrij toegankelijk gebied ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek vogels gevangen tijdens hun trek. Van april tot en met augustus wordt er deelgenomen aan het CES-project (Constant Effort Site project). Daarna wordt de najaarstrek in kaart gebracht.

Zeldzaamheden in de netten

Elke keer sta ik weer versteld van de aantallen en soorten die in de netten terechtkomen. Soorten waarvan ik denk dat die vrij zeldzaam zijn en zeker in onze regio, worden daar regelmatig in de netten aangetroffen. En dan heb ik het nog niet eens over de echte zeldzaamheden die het landelijk vogelnieuws halen. Een verbazingwekkende gedachte als je je realiseert wat er ’s nachts en in de vroege ochtend aan vogels vliegt die we normaal maar moeilijk of helemaal niet te zien krijgen!

Excursie op uitnodiging van Bram Ubels

vogelringstation-ooijse-graaf-ringers
De ringers aan het werk met hun vangsten.

Via de Vogelwerkgroep kregen we van Bram Ubels, het boegbeeld van het project, een uitnodiging om eens een kijkje te komen nemen. Dat liet ik me geen twee keer zeggen en ik was razend nieuwsgierig naar deze voor mij mysterieuze plek. Maandag 15 augustus was het zo ver. Om 7:00 werden de excursiedeelnemers verwacht bij de Thornsche Molen.

Enorme zangactiviteit

Ik was lekker op tijd en begon met mijn ontbijt, genietend van het eerste gouden zonlicht. De ringers, die een eindje van de dijk af te zien waren, verdwenen in het riet om, zo later bleek, de eerste vangsten op te halen. Terwijl ik daar zo stond viel me de enorme zangactiviteit op die opsteeg uit het tegenover me liggende rietveld. “Tjee, wat een kabaal nog in augustus,” dacht ik. Zo veel zangactiviteit verwachtte ik alleen in het broedseizoen. Ik kon uit die enorme kakafonie van vogelgeluiden niet veel meer maken dan een fitis en een snor. Het monotone snorrrrrrrrrrrrrrrrr viel wel heel erg op.

“Leuke soort om de dag mee te beginnen,” zei ik tegen mezelf en voerde met een glimlach de waarneming op mijn telefoon in. Even later verschenen er twee andere deelnemers en ook zij verbaasden zich over de zangactiviteit. “Volgens mij is dat de band die je hoort,” merkte er een droogjes op. “Oh ja natuurlijk,” antwoordde ik en voelde me enigszins beschaamd omdat ik dat zelf niet had kunnen bedenken. Ik liet maar niets merken…

De vogelringers keren terug

Ineens, alsof er één spreeuw het commando had gegeven, stegen er duizenden spreeuwen op uit de Ooijse Graaf om in diverse richtingen de polder in te trekken op zoek naar voedsel. Het geruis van de ontelbare vleugeltjes toverde een glimlach op mijn gezicht. Dit zijn van die geluksmomentjes die bij je blijven en waar je nog regelmatig genietend aan terugdenkt. Inmiddels keerden de ringers terug en werden we uitgenodigd mee te lopen naar de ringbaan om plaats te nemen op de stoeltjes, zodat we het ringen goed konden zien. Het was erg druk meldde Bram en tijd voor veel uitleg was er daarom niet, dat kwam later wel. Er waren ondertussen meer deelnemers verschenen en met gespannen gezichtjes keken we naar Bram zijn kunsten als hij zijn hand in een zakje stak om er een vogeltje uit te halen en op te meten.

Het vogelringstation

vogelringstation-ooijse-graaf-meten-wegen-verenkleed
De gevangen vogels worden gewogen, gemeten en het verenkleed wordt beoordeeld op rui en conditie.

Het vogelringstation bestond uit een verzameling plastic stoelen en een oude houten tafel. Even verderop stonden een paar schuurtjes met materialen waar de ringers ook de nacht konden doorbrengen als dat nodig was. Het oogde allemaal behoorlijk primitief en ik kreeg alleen maar meer respect voor de ringers gezien de vele uren die ze hier doorbrachten in niet altijd ideale weersomstandigheden. Alleen al de gedachte aan de kou: brrrrrr.

Vaardige handen

Op de tafel lag een lange stok met daaraan aan weerskanten tientallen stoffen zakjes met in elk daarvan een vogeltje. Twee man deden het ringwerk, terwijl een derde meteen de data op een pc invoerde en een vierde gereed stond met een camera om de eventuele bijzonderheden vast te leggen. Het vogeltje werd uit het zakje gehaald en meteen geringd. Daarna werd de vleugellengte opgemeten, de soort en leeftijd werden vastgesteld en het vetpercentage en de vliegspier werden opgemeten door over de buik te blazen. Als laatste werd het beestje gewogen en meteen weer losgelaten. Ik verbaasde me over de vaardige handen van Bram en de andere ringers. Het ging allemaal in een razend tempo en het werd me duidelijk hoeveel kennis en ervaring deze meest jonge mensen al hadden. Respect.

Blauwborst en andere vangsten

vogelringstation-ooijse-graaf-rietzanger
Het ringen van een rietzanger in de Ooijse Graaf.

In deze tijd van het jaar worden vooral veel kleine karekieten gevangen, waaronder ook veel eerstejaars vogels. Hoewel deze ochtend geen echte bijzonderheden uit de zakjes te voorschijn kwamen, zaten er genoeg soorten bij die ik maar zelden tegenkom en al helemaal niet van zo dichtbij. Wat een geweldige ervaring om die kleine beestjes van zo dichtbij goed te kunnen zien!

Kleine lijfjes

Van zo dichtbij zie je namelijk pas de fijne tekening en mooi subtiel in elkaar overlopende kleuren op de veertjes en besef je hoe klein en kwetsbaar ze zijn. Het is bijna onbegrijpelijk dat zulke kleine lijfjes helemaal naar Afrika kunnen vliegen. Ik voel me als mens dan wel eens een beetje onbeholpen. Zo groot en sterk als we zijn, dit soort prestaties zullen we nooit evenaren! En dat voor een beestje van pakweg tien tot vijftien gram! Even een greep uit de soorten deze ochtend: sprinkhaanzanger, snor, nachtegaal, blauwborst, grasmus, gekraagde roodstaart, boerenzwaluw, bosrietzanger, zwartkop, tuinfluiter, rietzanger en fitis.

vogelringstation-ooijse-graaf-fitis-roodstaart-nachtegaal
Vangsten zoals fitis, gekraagde roodstaart en een nachtegaal.

 

Afsluiting en een zeldzame ral?

Na de eerste vangstronde volgden er nog twee, maar de aantallen liepen snel fors terug. “Het merendeel van de vogels vliegt in de vroege ochtend het net in,” verklaarde Bram. Al voor het eerste licht werden de netten uitgeklapt. De dag ervoor had de band meegelopen om de vogels naar beneden te lokken en de nacht in de Ooijse Graaf door te brengen. Onder de ringers heerste een wat opgewonden stemming omdat er misschien een bijzondere soort ral in het riet zat! Ze hadden de ral wel gehoord, maar niet kunnen identificeren en nu hoopten ze dat hij in de val zou lopen. De ral bleek alleen niet zo makkelijk te vangen zijn en ik heb er ook niets meer van gehoord. Misschien was het toch niet zo’n bijzondere soort achteraf.

Meer uitleg over het ringen

Er was nu tijd voor meer uitleg en zo leerde ik van alles over het verloop van de rui en hoe dat van belang kan zijn. Bijvoorbeeld voor het vaststellen van de leeftijd van de soort. Ook werd ons getoond hoe we het vetpercentage konden zien als er over de buik van het beestje werd geblazen met de daarbij behorende coderingen om de conditie van de vogel te bepalen.

vogelringstation-ooijse-graaf-vetgraad
Een kaart met daarop de gradaties van de vetgraad die wordt geregistreerd bij het ringen.

Het prachtige weer en het aangename gezelschap zorgden er voor dat de ochtend omvloog. Tegen elven moesten we al weer afscheid nemen. Helaas, want ik had nog wel uren kunnen meekijken. Voor de ringers van de Ooijse Graaf zat de dag er nu ook op; er werd niets meer gevangen, de netten bleven dicht. Tijd voor even wat welverdiende rust!

Later die zelfde week vlogen er wel een aantal meer bijzondere vogels het net in: de derde waterrietzanger al weer, een viertal kwartels en twee draaihalzen. Genoeg aanleiding om volgend jaar maar weer eens een kijkje te gaan nemen bij dit mooie project!

 

Grindgat en beflijsters

grindgat-weurt-grasmus-bruine kiekendief-zwarte stern

Voorjaar bij het grote grindgat in Weurt

Donderdag 21 april 2016:
In het kader van de totale ontspanning ben ik afgelopen donderdag maar eens een rondje om het grote grindgat in Weurt gaan maken. Een prachtig zonnetje en vrijwel niemand te bekennen, alleen de wind, de zon en de vogels. Heerlijk! Ik hoopte stiekem mijn eerste beflijster te vinden. Ik wist dat die er zaten, maar het blijkt maar weer eens dat ik een waardeloos twitcher ben. Twitcher….? Voor de niet-vogelaars onder jullie: de vogelliefhebbers die graag op nieuwe soorten jagen om ze aan hun lijstje toe te voegen. Ik reken mezelf daar niet toe want ik heb niet zo veel met lijstjes. Af en toe probeer ik het als er iets leuks vlakbij zit. Maar ja, vaak dus zonder resultaat. Zo ook deze keer: die beflijsters zullen wel ergens hebben zitten lachen want ik heb ze niet gezien.

Zwartkoprietzanger

Deze week stond vogellaarsland weer even op z’n kop door de ontdekking van een zwartkoprietzanger in de Ooijpolder. Het beestje was gevangen door onderzoekers en weer losgelaten waarna hij even verder op rustig bleef zitten zingen.  Helaas voor de twitchers zit hij in afgesloten gebied en is hij alleen te horen. Gezien mijn dubieuze twitchverleden laat ik dit beestje dan ook maar voor wat hij is. Eerst aansluiten in de file richting de Kerkdijk zeker en dan houdt hij waarschijnlijk zijn snavel als ik er ben. Geschrokken door het koude weer en de massale toeloop. Nee, gelukkig word ik ook nog heel blij van een boomvalk over mijn achtertuin, dat is meer mijn ding :).

Voor meer over dit bijzondere vogeltje:

VWG digitale avifauna zwartkoprietzanger

Wijchens Ven

Update donderdag 28 april 2016:
Na een middag vol regen klaarde het op in de avond en scheen het zonnetje uitbundig. Hoog tijd om letterlijk adem te halen en er even op uit te trekken. Ik koos voor een wandelingetje langs het Wijchens Ven. Dat is een mooi vogelrijk stukje met afwisselend bosranden, grasland, struweel, water en rietkragen. Ik had geen bijzonder doel al hoopte ik stiekem een nachtegaal te ontmoeten. Dat zou een fantastische ontdekking zijn geweest.

Beflijster

De nachtegaal zat er niet, maar ineens vlogen er luid tjakkend een tweetal merels voor me op en vielen een stukje verder in op de grond. Ik kon ze alleen net niet zien. Luid tjakkende merels….het zullen toch geen…?. Langzaam sloop ik dichterbij en ik zag het mannetje weer opvliegen en weer op de grond wegduiken. Nu vielen me de zilveren ondervleugels op. Mijn twijfel was eigenlijk al weg, maar ik wilde ze toch nog even vol in beeld zien te krijgen. Voor de derde keer vloog de vogel op en draaide nu een rondje om een heel stuk verderop boven in een boom te gaan zitten. Nu kon ik de witte borst op een zwarte vogel duidelijk zien. Bovendien bleef de vogel roepen en kreeg ook antwoord van een tweetal veel dichterbij me in een els. Ik keek naar een groepje beflijsters! Zo ineens stond ik oog in oog met de vogel die me al zo vaak was ontsnapt. Uiteindelijk bleken het twee mannetjes en twee vrouwtjes te zijn. Misschien laat ik dat twitchen dan maar helemaal voor wat het is, want dit soort ontmoetingen zijn eigenlijk veel mooier!

 

Boerenzwaluw, trektellen in het voorjaar

boerenzwaluw-bruuk
Foto: boerenzwaluw

Trektellen in het voorjaar

Zaterdag 26 maart 2016:
Trektellen in het voorjaar is bij de Vogelwerkgroep waar ik bij hoor niet echt een traditie. Dat is op veel andere telposten in het land wel anders en aan de resultaten te zien vraag ik me dan ook af waarom het bij ons niet populair is. In het najaar is er een trouwe club tellers aan het werk, maar in het voorjaar zijn er maar enkelen die de telpost regelmatig opzoeken. Alleen de Hamert heeft een trouwe bezetting in het voorjaar. En ergens is dat jammer want ook de voorjaarstrek heeft genoeg te bieden. De aantallen vogels zijn over het algemeen lager, maar daarentegen zijn er veel zogenaamde krenten in de pap die je kunt tegenkomen. Ik sluit me dan ook in het voorjaar graag aan.

Kraanvogels

Eind februari waren de kraanvogels op trek en de omstandigheden best wel gunstig om ze ook in onze regio te kunnen zien. Die verleiding was dan ook te groot en ben ik een paar uurtjes op de Bruuk geweest met prachtig weer maar een koude noordoosten wind. Een heerlijke ochtend alleen zonder kraanvogels helaas.

In het Paasweekend werd de zaterdag voorspeld als een mooie voorjaarsdag met relatief hoge temperaturen en een vrij krachtige zuidenwind. De rest van de Pasen zou stormachtig worden en was het eigenlijk geen keuze meer om de zaterdag te gaan.

De ochtend was gehuld in een voorspelde mist en toen ik bij de Bruuk aankwam was het een graad of vier met een voelbaar windje en tweehonderd meter zicht. Het windje zorgde er voor dat na een uurtje de hemel blauw werd en langzaam het Reichswald aan de ene kant en Groesbeek aan de andere kant zichtbaar werden.

Boertjes en een rode wouw

Eddy was inmiddels ook gearriveerd en in een optrekkende mist begon ook meteen de telling. Vinken, kramsvogels en koperwieken bleven de hele ochtend in aardige aantallen doorvliegen en hielden ons bezig. De eerste verrassing kwam rond kwart voor negen toen de eerste boerenzwaluw van het jaar laag over de telpost voorbij schoot. Een echt vreugde momentje voor ons alle twee! Uiteindelijk werden het er acht die ochtend en ook andere telposten hadden deze ochtend hun eerste boertjes.

rode wouw-bruuk
De rode wouw is een doortrekker die zowel in het voor- als najaar vrij regelmatig wordt waargenomen in de Bruuk.

Samen fantaseerden we een beetje over soorten die zomaar over zouden kunnen komen en een kwartiertje na het boertje schreeuwde Eddy: “rode wouw”! Links, vrij laag over de telpost (bijna altijd daar), zeilde een wouw voorbij. Snel greep ik naar mijn camera en schoot een salvo foto’s. Terwijl ik dat deed schoot me de pijn in het hart toen ik door de zoeker zag dat de instellingen helemaal fout stonden. Ai! Van de rode wouw bleef niet veel meer over dan een wazige vlek :(.

 

Buizerdtrek

buizerdtrek-de bruuk
Op deze voorjaarsdag was er een opvallend goede trek van roofvogels. Met name de buizerdtrek viel op met 29 exemplaren.

Eddy voorspelde het al: de zuidenwind kon wel eens zorgen voor roofvogeltrek. En ja hoor, vanaf een uur of negen klommen de eerste buizerds omhoog. Al snel om hingen er wel een stuk of twintig om ons heen. De meesten cirkelden rond, soms in belletjes, en gedroegen zich als lokaal aanwezige vogels. Er waren er echter ook die met grote vaart hoog doorschoten naar noord, terug naar de broedgebieden in Scandinavie. Uiteindelijk wel negenentwintig! Op een gemiddelde najaarsdag zou dat een hele mooie score zijn geweest! Ik had er dan ook geen idee van dat de buizerdtrek zo mooi te zien zou zijn in het voorjaar.

 

Andere leuke trekkers die ochtend waren een kleine plevier, drie ooievaars, een bruine kiekendief, een roodborsttapuit en een kruisbek. Ook trok er nog een tweede rode wouw voorbij, maar te ver weg voor een herkansing met de camera. Al met al dus een hele geslaagde ochtend die naar meer smaakt.

trektellen-de bruuk
Resultaten van het trektellen in de Bruuk op 26 maart 2016. Voor een voorjaarsdag mooie aantallen rovers en vinken.

 

Een loodgrijze hemel en buitjes

Zondag 3 april 2016:
Mwah. Na het succes van vorige week hadden we er natuurlijk weer zin in, maar dit was zo’n dag dat er niets te beleven viel. De voorspellingen waren wel goed met hoge temperaturen en zonnig weer, maar wij stonden die ochtend onder een loodgrijze hemel en miezer die langzaam overging in echte buitjes. Er vloog erg weinig, alleen nog wat houtduiven, een bruine kiekendief en twee regenwulpen (hoe toepasselijk). Hoe Eddy er twee regenwulpen van maakte is mij nog steeds een raadsel. Ik zag alleen twee stippen aan de horizon die met een wat trage vleugelslag naar zuidwest vlogen. Hier bewees zich de echte meester in het vak!

 

Op zoek naar de Mibo

grote bonte specht-mibo
Foto: Grote Bonte Specht

De middelste bonte specht (mibo)

Gezang in de ochtend

‘S ochtends vroeg, het is nog donker als de wekker gaat, en je doet je ogen voor het eerst open als je de vogels weer hoort fluiten. De stilte van de winter is op haar retour, het wordt weer lichter en onder andere de merels laten duidelijk horen dat het voorjaar staat te dringen. Zo heel vroeg hoor je vaak ook het zilveren lijntje van een roodborstje: een dun klein helder watervalletje. Hij is vaak de eerste met zijn prachtige liedje. De kool- en pimpelmees daarentegen hoor je eigenlijk de hele dag zingen en zij hebben een heel uitgebreid repertoire. Het fietspompje van de koolmees is heel bekend en gemakkelijk te onthouden.

Heggenmus

Mijn favoriet is dat korte, heldere riedeltje van twee a drie seconden. Je hoort het met name in de ochtend. De zanger zie je alleen niet zo makkelijk, hij valt nauwelijks op. Het is de heggenmus, een vaste bewoner van veel tuinen, maar met een beetje een heimelijk bestaan. Ze zijn vrij schuw en zitten vaak laag bij de grond.

Een grijzig koppie met een bruin lijfje, rode pootjes en een dun snaveltje. Het heeft wel iets van een mus, maar het is toch iets heel anders. Als ze zingen zitten ze vaak op een zangpost en dan kan je ze goed zien. De heggenmusjes zijn er altijd vroeg bij in het voorjaar en kunnen blijkbaar niet wachten hun woeste sexleven weer nieuw leven in te blazen. Het is ook wat, die lange eenzame wintermaanden! Monogaam zijn ze namelijk niet echt: de hele buurt doet het met elkaar. Musjes met een progressieve levensstijl.

De spechten beginnen aan de balts

Het vroege voorjaar, als ook de eerste knoppen openspringen en de sneeuwklokjes en krokussen staan te bloeien, is ook de tijd dat de spechten weer actief worden. De eerste roffels klinken al door het bos, de balts is weer begonnen! De spechten zitten vaak hoog in een boom tegen de stam en proberen met hun roffels de dames te interesseren Dit is dan ook de tijd van het jaar om de mibo te zien. De wat? De mibo… Aangezien middelste bonte specht niet zo heel lekker bekt, hebben vogelaars het maar over de mibo. Er zijn dus ook nog twee andere soorten, anders zou hij geen middelste heten: de kleine (kbs) en de grote bonte specht (gbs).

De mibo in de regio

De mibo is de zeldzame van het drietal, maar is de laatste jaren vrij snel vanuit het oosten Nederland aan het veroveren. Een aantal jaren terug kon je ze met name vinden rondom de St. Jansberg en de Duivelsberg. Maar inmiddels zijn ze  ook waargenomen in Tongelaar, het Hatertse Broek en het Leurse Bos. Ik heb de mibo gelukkig al wel eens gezien, een prachtig beestje met die rode kuif, maar nog niet hier thuis in het Leurse Bos. Ze zitten er dus kennelijk wel! Een ander bos waarvan ik denk dat ze er kunnen zitten is het Personnenbos.

De meeste mensen die dit lezen en rondom Wijchen wonen, vragen zich nu misschien af: welk bos? De kans is groot dat je het niet kent en klein dat je er ooit komt. Het ligt ingesloten tussen de A73 bij Beuningen en industrieterrein Bijsterhuizen. Pak hem beet anderhalve kilometer lang en tweehonderd meter breed is het ook maar klein. Er ligt alleen een wandelpad langs op; een rondje wandelen kun je er niet eens. Het doet ook nogal verwaarloosd aan, het is er vochtig en voor een groot deel bestaat het uit eikenhakhout en elzen en populieren.

Van oorsprong is het een oud produktiebos dat ooit veel groter was. Het interessante aan het bos zijn dan ook de opvallend grote eiken die er nog staan. Twee stukjes van het bos staan er nog zo bij: grote eiken met veel ruimte er tussen en een ondergroei van braam. Laat dat nou precies geschikt zijn voor de mibo’s en qua ligging een mooie springplank verder de regio in. Dat leek me nou eens leuk om te onderzoeken en ik ben op pad gegaan de mibo hier te vinden.

De speurtocht naar de mibo

Personnenbos

Zaterdag 13 februari 2016:
Op zaterdagmiddag heb ik tijd om eens naar het Personnenbos te fietsen. Het zonnetje van de ochtend is helaas inmiddels weg en daar aangekomen is het knap stil. Het weer is wat grijzig met een fris windje uit het noordoosten. Blijkbaar geen ideaal weer meer voor vogels en voorjaarsactiviteiten. In de eikenbossen hoor ik wel zeker twee gbs-sen naar elkaar roepen, maar geen roffels. De kans op een mibo lijkt dan ook klein.

Een oorverdovend schot doorbreekt de stilte en mijn kansen lijken verkeken. Een jager is aan de andere kant van het bos bezig. Later hoor ik ook honden en zie ik een ree het bos uitvluchten. Die heeft hij gelukkig niet te pakken gekregen. Ik kan wel inpakken zo, met dat geknal wordt vogelen helemaal niets meer. Blijft een dubieus gebeuren dat jagen! Ik fiets nog langs het Leurse Bos op, waar soortgelijke oude eiken staan, maar ook daar is het stil. Volgende keer nog eens proberen bij een lekker vroeg ochtendzonnetje. Overigens verwacht ik de mibo niet bij het Hernens Kasteel. Alleen rond het kasteel vind je grote oude bomen en dat zijn met name beuken, helaas geen oude eiken. Het zou wel een hele mooie vondst zijn!

Leur is aan de beurt

Maandag 15 februari 2016:
Een hele mooie dag en vandaag is Leur weer aan de beurt, maar nu op een andere plek. Het is heerlijk stil, vrijwel geen mens te zien en ik kan me helemaal concentreren op de vogels. Totale rust en ontspanning, heerlijk! Vooral de groep appelvinken die zich fraai in het zonnetje laten zien is prachtig. Er zijn wel wat spechten actief, maar dat zijn allemaal de grote neefjes. Ik heb ook geen roep gehoord die anders is. Nou ja, een heerlijke middag, maar (nog) geen mibo.

Opnieuw het Personnenbos

Donderdag 18 februari 2016:
Ik geef de moed nog niet op. De ochtend is fraai en ik waag mijn kans opnieuw in het Personnenbos. Hopelijk nu zonder jagers. Er zijn wederom wel wat spechten actief, maar de wind staat precies op de kant waar het wandelpad loopt. Ik gok er op dat ze in de luwte beter te vinden zijn en dat blijkt ook zo te zijn! Aan de andere kant van het bos, er is daar vorig jaar gekapt en je kunt er nu lopen, zijn de spechten makkelijker te zien en te horen.

Allemaal grote neefjes tot een korte kekkerende roep! Wat is dat? Het lijkt in ieder geval niet op de gbs en ook geen gaai of sperwer. Het klinkt als een specht en misschien wel een mibo, maar zonder visuele waarneming durf ik hem niet in te voeren. Er volgt ook niets meer. Wel vliegt de havik fraai zijn rondjes in de blauwe lucht. Ook niet slecht voor de morgen, want zo mooi zie ik ze niet vaak. Tja, dit vraagt er natuurlijk om binnenkort nog eens terug te komen, want nu wil ik het weten ook! Wordt dus nog vervolgd..

Een nieuwe kans voor het Leurse Bos

Maandag 29 februari 2016:
Het is een prachtige middag met een strakblauwe hemel en af en toe een verdwaald wolkje. Er blaast een stevige noordoostenwind die het koud doet aanvoelen, hoewel het in de zon en uit de wind al heerlijk voelt. De lente hangt in de lucht!

Na een ochtend klussen aan de nieuwe kamer voor mijn dochter, voel ik de behoefte om lekker naar buiten te gaan. Even de zon voelen, doorademen en aarden. Heerlijk! Meteen een mooie gelegenheid om de mibo weer eens te zoeken en deze keer wordt het weer het Leurse Bos. Het is er opnieuw rustig, te rustig. De spreeuwen hoor ik zingen en roepen, maar behoudens dat is er niet veel activiteit. Ook niet van mensen trouwens. Ik zie wel een hardloper die zo nodig dwars door het bos denkt te moeten gaan, maar zich hopeloss vastloopt in de bramen en van ellende weer terug moet. Inwendig heb ik plezier, want ik irriteerde me er al weer aan. Die paden liggen er toch niet voor niks?

Een vreemde kwikstaart

Ik kom wel een enkele grote bonte specht tegen maar verder is er niets dat op een mibo wijst. In de buurt van een grote boerderij vind ik echter iets vreemds. Op een braakliggend maisakkertje zijn wat witte kwikstaarten aan het rondscharrelen. Op zich al leuk want die komen nu weer terug en heb ik de hele winter niet gezien. Maar er zit ook een andere kwikstaart tussen, weggedoken tegen de grond. Zij (dat denk ik tenminste) houdt zich stil en beweegt gelukkig af en toe wel wat zodat ik wat kan zien van haar kleuren en patronen.

Mijn eerste gedachte is gele kwik en meteen weet ik ook dat dat heel onwaarschijnlijk is. Die komen pas later in het voorjaar weer terug. Helaas zit ze wat ver weg en kan ik er niet bij door wederom de bramen. Maar toch maak ik er een gele kwik van, een vrouwtje wel te verstaan want ze is niet zo mooi uitgekleurd als de mannetjes. Wel is duidelijk het geel te zien op de buik, een oogstreep, een witte keelvlek en een wat grijs aandoende rug. Een grote gele kwik kan ik er niet van maken, die heeft een duidelijk zwarte keel. Natuurlijk heb ik de camera niet bij me en kan ik niet anders dan de waarneming op onzeker zetten! Erg jammer, want het was leuk geweest zo vroeg een gele kwik te kunnen melden.

Laatste poging in het Personnenbos

Donderdag 3 maart 2016:
Mijn laatste poging om de mibo te vinden en ik gun het Personnenbos een laatste kans. De ochtend is wat grijs en er waait een stevig zuidoosten wind. Niet de meest gunstige omstandigheden helaas. En dat blijkt ook wel want aan de kant van het bos waar de wind op staat is vrijwel geen vogel te bekennen. In de luwte is het beter en daar vind ik wel wat grote bonte spechten. Ondertussen kijk ik regelmatig omhoog want de kraanvogels zijn weer op trek en met een zuidoosten wind kunnen ze zo maar bij ons opduiken. Die zie ik helaas niet maar wel een eenzame ooievaar. De eerste van het jaar en ook altijd prachtig om te zien.

De mibo vind ik niet en daar mee sluit ik mijn speurtocht af. Ik heb ook geen waarnemingen gezien in het Leurse bos en het Personnenbos dit jaar van andere waarnemers. Misschien was het vorig jaar een doortrekker en heeft er zich nog geen gevestigd. Het zou zo maar kunnen. Diezelfde middag regent het waarnemingen van kraanvogels tot dicht bij Wijchen aan toe. Ik grijp er weer naast en zie er helaas geen, terwijl ik regelmatig de hemel afspeur. De kraanvogel blijkt net zo ongrijpbaar te zijn als de mibo.

Voor wie meer wil weten over de mibo heeft onze vogelwerkgroep een digitale avifauna geschreven (digitale vogelgids gericht op onze regio). Een fraai stukje werk:

http://nijmegen.waarneming.nl/soort/atlas/?id=290

 

 

Kasteel Hernen een jaar lang (1)

kasteel-hernen-winter

Het landschap rondom het kasteel Hernen

kasteel-hernen-vogels
Kasteel Hernen.

Niet ver van waar ik woon, ligt het plaatsje Hernen. Een klein dorp met een fraai kasteel dat de eeuwen goed heeft doorstaan. Vreemd genoeg kende ik het tot voor een aantal jaren geleden nauwelijks. Sinds ik als vogelaar actief ben, kom ik er regelmatig. Het is namelijk een leuk gebied met een zeer afwisselende natuur dat wordt beheerd door het Geldersch Landschap en Kasteleen.

Rondom het kasteel zijn er grachten, beukenlanen en weides. Er is bos met voornamelijk eikenhakhout en grove den, maar ook landbouwgebied met akkers, weiden en boerderijen. Dwars door het gebied loopt een riviertje: de Leursche Leigraaf waar aan een klein rietveld is gelegen. Kenmerkend is dat het hele gebied licht glooiend is omdat het op een rug van oude rivierduinen ligt en deze verscheidenheid zorgt er voor dat er vele vogelsoorten op een relatief klein gebied te vinden zijn.

De kaart van het gebied rond het kasteel Hernen

kaart-kasteel-hernen-vogels-waarnemingen
Kaart van het gebied rondom kasteel Hernen.

Welke vogelsoorten komen er voor rond kasteel Hernen?

Al langer speelde ik met het idee om een gebied een tijdje intensiever te volgen en zo een beeld te krijgen wat er allemaal leeft. Met name vogels en zoogdieren. Ik ben erg benieuwd hoeveel verschillende soorten ik een jaar tijd kan waarnemen in het gebied. Tot nu toe zijn dat ongeveer zestig vogelsoorten, maar dat is slechts een begin. De lijst is in een tabel hier onder te zien. In totaliteit zijn er nu rond de negentig vogelsoorten waargenomen in het gebied. Ik denk dat ik ruim boven de honderd uit te moeten kunnen komen.

Soortenlijst vogels:

waarnemingen-kasteel-hernen-vogels

waarnemingen-kasteel-hernen-vogels

waarnemingen-kasteel-hernen-vogels

Roerdomp of purperreiger?

Met name het rietveld en de Leursche Leigraaf zouden wel eens wat bijzondere soorten op kunnen leveren. Ik droom even van een roerdomp of een purperreiger die een tussenlanding maken. Misschien wel een rietzanger en zeker de blauwborst moet kunnen. Lastig is alleen dat het rietveld moeilijk te benaderen is. Je kunt er alleen langs lopen, maar niet er doorheen en dat geldt eigenlijk ook voor een groot deel van de Leigraaf. Oren goed open dus en de telescoop mee!

De patrijs

Ik ga er vanaf nu regelmatig terugkomen en zeker niet alleen overdag. Juist de vroege ochtend en avondschemer moeten voor de extra soorten zorgen. Een soort die wat meer speciale aandacht van me krijgt is de patrijs. Deze soort heeft een bijzonder plaatsje bij me omdat het Jaar van de Patrijs een van de eerste tellingen is geweest die ik heb gedaan. Een hele mooie vogel waar het niet al te best mee gaat en echt wel in het gebied thuis hoort. Ik heb ze in het gebied al ooit waargenomen, maar tot nu toe niet meer teruggevonden.

Elk seizoen zal ik proberen een vervolg te plaatsen en verslag te doen van de ontwikkelingen en nieuwe soorten die ik heb gevonden. Uiteraard probeer ik dat met foto’s te illustreren. Dus heel graag tot het volgende bericht dat ergens aan het einde van het voorjaar zal moeten verschijnen.

kasteel-hernen-roodborst-merel-boomklever-waarnemingen
De roodborst, een merel en de boomklever. Vogels die altijd te vinden zijn bij het kasteel Hernen.

Het eerste ochtendlicht bij de Leursche Leigraaf

Donderdag 28 januari 2016:
Met de belofte van een mooie dag was ik bij het eerste ochtendlicht bij de Leigraaf gaan staan. Op de kaart precies op het punt van het woord graaf. De vroege ochtend zorgde als altijd voor veel vogels en het voorjaar hing in de lucht. Het fietspompje was te horen en ook de heggenmus. Heel ver weg in een boomtop, ik kon hem goed horen, leek een vink de eerste strofen van zijn lied te oefenen.

Na een tijdje kreeg ik bezoek van twee vriendelijke heren van de muskusrattenbestrijding om de vallen te controleren. Na een kort praatje stiefelden zijn op hun gemak het veld in om verderop langs de Leigraaf een andere val na te kijken. Met enige jaloezie keek ik hun na want voor mij was het verboden terrein. Even hoopte ik nog dat ze iets zouden opstoten, maar er gebeurde niets. De vos die zich even tevoren had laten zien, hield zich stil.

Een ouder baasje en patrijzen

Niet veel later kwam er een oud autootje aangereden dat achter me parkeerde. Een wat ouder baasje stapte uit en stelde zich voor als beheerder van het Geldersch Landschap en Kasteelen. Na wat heen en weer geklets en de vraag of ik wat bijzonders had gezien, wat ik moest ontkennen op dat moment, zei hij dat er ook eigenlijk niets zat. Ik moest daarvoor naar de molen in het Hernense Bos. Daar was een weide waar veel meer te zien was. Ik wist wel wat hij bedoelde en gaf aan dat dat ook verboden terrein was. “Klopt”, zei hij, maar voor tienen zie je daar echt niemand en van mij hoor je niets. Een verleidelijk aanbod, maar ik zei dat ik dat maar beter niet kon doen. Anders is het hek van de dam voor mijn hobbycollega’s.

“Zitten hier nog patrijzen”, vroeg ik nog voor hij weer in de auto stapte? “Och, zat. Verleden week in het weitje achter je zaten er drieentwintig”! Kijk, dat was informatie waar ik blij van werd. Ik kan me niet herinneren dat ik een melding heb gezien van zo’n grote groep daar. Het wordt alleen maar leuker de patrijzen verder te onderzoeken.

En was er nog iets bijzonders dan behalve de vos? De hele ochtend waren de ganzen al volop in beweging toen er opeens drie wilde zwanen vrij laag over vlogen richting ZO. Daar werd ik blij van! Een prachtige soort om te noteren voor het gebied. De andere nieuwe soorten van de dag waren:

Toendrarietgans
Wilde zwaan,
Koperwiek
Huismus
Vos

Een leuke ochtend dus en ik verheug me al weer op de volgende keer met nog meer nieuwe soorten!

 

 

 

 

 

 

Beuningse uiterwaarden

bever-vraatsporen-beversporen

De Beuningse uiterwaarden in de winter

Het mooie weer lokte mij vanmiddag ook naar buiten en ik ben eens door de Beuningse uiterwaarden gaan struinen. Lekker door de modder banjeren en zelf je weg zoeken door de ruigtes. Overal vlogen mooie groepen groenlingen en putters rond die regelmatig kwetterend naar beneden kwamen om de zaden uit de klis te halen.

Sporen van de bever

Ik was verrast door vraatsporen van de bever aan te treffen, want ik had er geen idee van dat die ook al tot hier waren doorgedrongen. Voor mijn gevoel zaten ze alleen in de Ooijpolder. Na wat speurwerk bleek dat ze al veel verder in de regio zijn verspreid. Leuk!

Zeearend

Heel stiekem hoopte ik dat de zeearend die al een tijdje in de Erlecomse Waard rondhangt, nog even naar deze kant zou afzwaaien maar helaas. Hij liet  zich niet zien, wel de gebruikelijke torenvalken en buizerds. Toch ook altijd de moeite waard.

Verder waren de krenten een mannetje brilduiker en een paartje grote zaagbekken. Die zaten allemaal op de Waal en helaas te ver voor een mooie foto.

Toch nog maar eens terug om die bever te zien te krijgen!

beuningen-uiterwaarden
De Beuningse uiterwaarden zijn een mooi stukje woeste aandoende natuur waar je heerlijk kunt struinen tussen de Galloway runderen en Konik paarden.

 

 

 

Winterstilte

lente-winter-december-winterstilte

Kerst: de gezelligste tijd van het jaar

Een beeld dat de hele dag op ons wordt afgevuurd in de media vergezeld van mooie winterplaatjes met veel sneeuw en ijs. Voor Nederlandse begrippen zijn dat geen hele gebruikelijke plaatjes. Echt winterweer hebben we nu eenmaal niet heel zo veel meer. Zeker de laatste twintig jaar niet meer, op die paar winters geleden na. Waarschijnlijk om ons geheugen op te frissen hoe het ook al weer was. Sneeuw, vorst en winterstilte. Ik verlang er naar.

Voorjaar in december

Maar dit jaar slaat tot nu toe alles. Het is de week voor Kerst en de temperatuur ligt ruim boven de tien graden. De natuur is in verwarring en laat twijfelend voorjaarsgedrag zien: bloesem in de bomen, bloeiende narcissen en koolmezen met het kenmerkende voorjaargeluid van een fietspompje. Is dit dan klimaatverandering? Ik weet het niet. Ik vind het moeilijk daar een oordeel over te vormen. De informatie is op zijn zachts gezegd nogal uiteenlopend. Dat gezegd hebbende is het voor mij meer dan duidelijk dat we een andere weg in zullen moeten slaan want hoe we nu met de aarde omgaan is pure roofbouw. En dat houdt een keer op met alle gevolgen van dien. Daar heb ik geen wetenschappelijke bewijsvorming voor nodig: kijk om je heen en gebruik je verstand. Zo moeilijk is dat niet.

Het najaar

Maar goed, terug naar het warme najaar dat eigenlijk opvallend begon doordat het in september al snel relatief koel werd en de zomer in een klap voorbij. Het gevolg van een klassieke verdeling van hoge en lage drukgebieden waardoor we vandaag de dag in winterse sferen hadden gezeten. De afgelopen jaren was het vaak lang warm in het najaar en de vroege kou gaf me wat hoop op een “normale” herfst. Gewoon met nachtvorst, lage temperaturen, zo nu en dan een najaarsstorm en bomen die op tijd hun blad verliezen. Half oktober bleek het ijdele hoop. Het weer sloeg om en het najaar werd weer opvallend warm door de kenmerkende zuidwestelijke stromingen en die situatie houdt vaak lang aan. Tot op de dag van vandaag dus en dan is het alweer bijna Kerst en eigenlijk winter! Stiekem verlang ik dan naar een echte winterdag en droom even weg.

Het Reichswald, op weg naar echte stilte

Het is nog donker als ik opsta en mijn spullen in de rugzak stop. De rest van de familie slaapt nog, het is stil in huis. Vlug wassen, een boterham en een kop thee, warme kleren aan en dan snel weg. Als ik buiten sta is het koud, het vriest en sterretjes flonkeren nog aan de heldere nachthemel. Ik zie de wolkjes van mijn adem in het licht van de straatlantaarn en er ligt een mooi laagje sneeuw van een paar centimeter dat de vorige avond is gevallen. Ik bevrijd mijn auto uit zijn witte jas en ga op weg.

Krakende sneeuw

De wegen zijn die nacht schoongemaakt dus de autorit verloopt probleemloos. Na een half uurtje ben ik op mijn bestemming: het Reichswald, een groot bosgebied aan de Nederlands-Duitse grens. Ik trek mijn sneeuwlaarzen en handschoenen aan, muts op, rugzak om en dan ga ik op weg. De sneeuw kraakt onder mijn laarzen als ik het pad op loop langs de stuwwal. In het oosten is het eerste oranje licht te zien van een nieuwe dag. Boven de beek rechts van mij hangt een lichte nevel. Er is niemand te zien of te horen.

Na een kilometertje of zo, sla ik linksaf het bos in, een steil pad op dat slingerend de heuvel op gaat. Het donkere woud slokt me op en ik verdwijn in de eenzaamheid van de vroege ochtend. Ik wandel stevig door om mezelf warm te houden. Overal om me heen ligt de verse sneeuwlaag, ietwat aangevroren door de koude nacht. Her en der zijn de sporen in de sneeuw te zien van vogels, muizen en groter wild. Soms lopen ze slingerend door het bos, dwars overal doorheen alsof er een kroeg is leeggestroomd na een lang avondje stappen.

Wat is dat?

Dan…….krakende takken, heel dichtbij! Ik houd mijn adem in en stop. Wat was dat? Ik kijk om me heen en spits mijn oren. Geen beweging te zien. Dan voel ik de eenzaamheid van het woud, een beklemmend gevoel: ik ben hier alleen, heel alleen. Geen geluid of teken van de bewoonde wereld, alleen het bos. Ik voel een bepaalde spanning in me opkomen, een soort oergevoel van angst. Ik weet dat er hier geen echte gevaren zijn, maar het oerinstinct in mij maakt me toch alert. Ik blijf nog even om me heen kijken en luisteren. Tevergeefs er heerst al weer diepe stilte.

De kou begint voelbaar te worden

Steeds dieper kom ik in het bos terecht. De kou trekt steeds meer in lijf en ik moet in beweging blijven. Gelukkig ken ik hier de weg wel enigszins, want met zo’n sneeuwlaag is oriëntatie een stuk lastiger. Overal waar je kijkt ziet alles er hetzelfde uit: kale bomen, sneeuw en de resterende duisternis. Een pad is niet altijd makkelijk te zien. Dan opeens zie ik in mijn ooghoek een rode flits wegspringen. Ik kan nog net een ree zien dat in het bos verdwijnt. Het stond niet ver van me af, stokstijf te wachten tot het een kans kreeg te vluchten. Ik voel een rilling door mijn lijf gaan van vreugde, zo’n ontmoeting blijft altijd een fantastische ervaring.

Veel andere dieren zie ik niet die ochtend. In de verte krast wel eens een kraai of een gaai en zo nu dan het lachende geluid van de mezen. Verder blijft het zo goed als stil. Ik besef me hoe bijzonder dat eigenlijk is in onze wereld: helemaal stil. Probeer je dat eens voor te stellen! Ik geniet van dit moment en ga dan weer op weg, dolend door het oneindig lijkende woud.

Vermoeid

Langzaam voel ik de vermoeidheid toenemen in mijn benen. Door de sneeuw zakken mijn laarzen telkens diep weg en moet ik mijn voeten bewust optillen om vooruit te komen. Dat is veel vermoeiender dan normaal wandelen. Het wordt daarom tijd weer richting de auto te gaan. Terug naar huis, naar mijn gezin. Om me lekker op te warmen bij de kachel en na te genieten van deze tocht. Inmiddels schijnt er een bleek zonnetje door de bomen en verandert de lucht langzaam van kleur in een ijl blauw. Ik houd enorm van dit winterlicht. Het is zo helder en fris met fantastische kleuren! Heb je wel eens de eenden op het water goed bekeken tijdens zo’n winterdag? Ik zal nog wel moeten doorbijten want het is nog best een stuk.

De winterstilte is voorbij

Als ik bij de auto in de buurt kom is de nieuwe dag een feit en laten de eerste andere wandelaars zich zien. Het zal druk worden in het bos vandaag, want zo’n prachtige wandeling laten niet veel mensen aan zich voorbij gaan. En gelijk hebben ze. Al ben ik heel blij dat ik ze niet ben tegengekomen en alleen heb mogen genieten van deze winterstilte. Dit soort bijzondere dagen zijn zo zeldzaam dat ik ze voor mezelf wil houden.

Gelukkig heb ik deze droom al verschillende keren echt mogen beleven, al is het al weer een aantal jaartjes geleden. Dit jaar hebben we nog helemaal geen sneeuw gezien en ik heb dan helaas ook geen mooie foto kunnen maken om dit artikel te illustreren. Maar ja, wat wil je ook met lente in december..

Ik wens iedereen dit leest hele fijne feestdagen. En, om in de geest van deze site te blijven, heel veel mooie belevenissen in de natuur voor 2016! Laten we er met zijn allen aan werken om dat mogelijk te houden en te maken.

 

The Power of Love

zon-wolken-power-love

Een fraaie ochtend

Het waait nog, maar verder is het een fraaie ochtend na de stormen van de afgelopen twee dagen. Ik ben met mijn vrouw en dochtertje in de achtertuin en ze vliegt me om de nek. “Kus en tot straks papa”, vervolgens rent ze naar de fiets om met mama naar school te gaan.

Ik geniet nog als ze de poort dichttrekken en kijk toch nog eens omhoog. De laatste weken is het al stil geworden in de lucht. De vogeltrek is duidelijk een heel eind voorbij. Een groepje houtduiven vliegt nog over en iets verderop een sperwer. Een late doortrekker of het mannetje dat hier het hele jaar rondhangt?

De natuur onder druk

Het duurt weer tot het vroege voorjaar als de vogels de andere kant weer opkomen. Minder massaal, maar niettemin fraai. Voornamelijk zijn dat broedvogels die hier hun jongen grootbrengen. De gedachten schiet me te binnen welke vogels weer terug zullen komen en hoeveel? De trek zelf is al vol risico door de enorme inspanning en schietgrage jagers die er miljoenen tussen uit schieten. Maar er gaan ook veel soorten hard achteruit doordat hun habitat in hoog tempo wordt vernietigd. Zowel hier als in de gebieden in het zuiden. De grutto is deze week gekozen tot onze nationale vogel, maar hoe lang nog kunnen we van hem genieten? Nederland is een van zijn belangrijkste broedgebieden en al jarenlang daalt het aantal groot gebrachte jongen. Het zijn er te weinig. Het zelfde verhaal gaat voor veel andere soorten op.

Leven en laten leven

De gedachte maakt me verdrietig en raakt me. De mens is maar een vreemd wezen; acht zich superieur aan al het andere leven op de aarde en onderwerpt het aan zich. Toch zijn we de enige soort die, ondanks onze zelfbenoemde beschaving en intelligentie,  haar eigen leefomgeving vernietigt. We hebben ons zelf onderworpen aan een macht die geld heet. Alsof het een natuurwet is waardoor niets meer zonder kan functioneren. Een idioot systeem als je het mij vraagt. Er zijn genoeg alternatieven, als we maar het lef hebben om los te laten wat er is en te kiezen voor leven en laten leven. Zowel onderling als mensen, maar ook in relatie tot de natuur om ons heen. We hebben elkaar nodig, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Van de week hoorde ik op de radio het liedje “The Power of Love”, ooit gezongen door Frankie goes to Hollywoord en nu uitgevoerd door Sharon den Adel van Within Temptation. Prachtig! Het ontroerde me, en zoals Sharon zei, de tekst is multi interpretabel en zeker van toepassing op deze roerige tijd. Het is bij me blijven hangen en de titel van het nummer zegt alles.

Liefde is de sterkste kracht. Misschien niet de makkelijkste weg, maar wel de enige juiste. Leven in liefde en harmonie met elkaar en de wereld om ons heen. Het kan! Ik ben die weg al op gegaan, gaan jullie mee?

 

 

 

Ochtendnevel

ochtendnevel-malden-zweefvliegveld

Gedicht

Ochtendnevel.

Een laatste ster flonkert aan de hemel.

Het is stil, de duisternis maakt langzaam plaats voor een nieuwe dag.

Een roodborst zingt.

Ik loop door een deken van mist.

Boven mij is de lucht helder en kleurt langzaam oranje.

Een vliegtuig trekt zijn vurige streep door de hemel.

Het gehuil van honden doorbreekt de stilte.

Dan is het weer stil en ik luister.

Onzichtbaar vliegen de vogels naar het zuiden, alleen hun roep verraad hun aanwezigheid.

Alleen.

In de verte klinkt het getrompetter van ganzen, een streepje aan de horizon.

Ik geniet.

Het is koud maar ik voel het niet.

Ik ben helemaal aanwezig in het moment.

Al mijn zintuigen staan aan.

Ik ben verbonden.

Nu.

Thuis.